Dag Allemaal!
Na veertien uur vliegen is Nederland in tijd en ruimte
al heel ver weg, maar ik zal toch even laten weten dat
ik veilig ben aangekomen. Zo´n lange reis geeft altijd
een vreemde gevoel. Het is vermoeiend, maar ook
heerlijk ontspannend, je hoeft tenslotte niets en hebt
lekker de tijd om je in je boek te verdiepen, in het
Spaans natuurlijk: La trama celeste van Bioy Casares.
Het ging over het wisselen tussen paralelle werelden,
als om het gevoel van ontheemdheid extra te willen
benadrukken. Want ontheemd voel je je wel als je in
zo´n onbekende en zo andere stad land. Maar als je
daar wordt opgewacht door een stralende Milly, weet je
in ieder geval dat je niet aan je lot wordt
overgelaten. Ze stond tussen de massa´s taxichauffeurs
en anderen die ook luidruchtig de aandacht vroegen,
maar met de afgesproken zwarte broek en leren jas en
ik met het blauwe vest en de groene rugzak. Het was
genoeg om ons er snel uit te kunnen pikken en te
ontsnappen aan de menigte. Vervolgens laat je de stad
maar over je heen komen. Een taxi scheurde met ons en
een vriendin van haar die was meegekomen door de
straten van Lima, over brede rechte lanen met weinig
uitnodigende bebouwing aan weerszijden, een
onaangename lucht, slenterende mensen op straat. Vlak
bij het televisiestation waar ze werkt regelt ze een
hotelkamer, betaalt, geeft mij geen kans, ik heb nog
geen rode sol op zak. Omdat de moeder van Milly ziek
is, is het niet handig bij haar thuis te slapen. Op de
hotelkamer belt ze meteen de receptie om een betere
kamer te vragen, ik weet niet waarom, ik geloof dat
het licht in de badkamer het niet deed. Dan spit ze de
gouden gids door op zoek naar reisagentschappen in
Miraflores, voor het ticket naat Colombia dat ik nog
moet kopen, en schrijft ze allemaal over. Dan stelt ze
een aantal eethuizen voor, typisch Peruaans, niet
vegetarisch, maar die idealen laat ik maar even
verwaaien in de wervelwind die nu over me heen komt.
Ze controleert of ik het hotel nog wel terug kan
vinden (Avenida Arequipa, cuadra catorce), legt uit
wat sols waard zijn, welke munten er zijn en wat ik in
de bus moet betalen. En ik maar in mijn beste Spaans
(Cecilia spreekt geen Engels), gebrekkig
geconcentreerd door het slaapgebrek, proberen bij de
les blijven. Tegen elven nemen we afscheid bij het
hotel, om elkaar de volgende dag na haar werk weer te
ontmoeten. En die volgende dag is het nu. Ik ben op
weg naar Miraflores met het lijstje reisagentschappen
en inmiddels wel wat sols op zak. En passeerde dit
Internetcafe.
groeten,
Rutger.
Goeiedag allemaal!
Na een paar dagen Lima bevind ik me inmiddels in het
levensgevaarlijke Colombia. Maar je verbaast je erover
hoe ontspannen het leven kan zijn in levensgevaarlijke
landen. Zelfs voor presidenten van de Verenigde Staten
is het tegenwoordig een populaire bestemming! Goed,
het nieuws in de kranten liegt er niet om en de mensen
vertellen je sombertjes over de corruptie, de
werkeloosheid en het geweld van guerilla´s. Maar wat
je ziet is een heel andere kant van het land. Een
bedrijvige stad waar je gerust kunt rondslenteren,
waar de mensen vriendelijk zijn of je gewoon met rust
laten en waar het leven een ander tempo heeft dan ik
gewend ben.
Dat de mensen hierniet malen om de tijd, was bij mijn
aankomst alvast een voordeel. Het vliegtuig had
tweeeneenhalf uur vertraging, maar wat maakt het uit?
ze wachten gewoon. Met Nico in de taxi naar Cali kon
ik met gerust hart vaststellen deat het verkeer
althans een kleiner risico is in Cali dan in Lima. Bij
de familie van Monica werd ik hartelijk ontvangen. Ze
wonen op een etagewoning in een rustige straat, met
bomen, yuca´s of hoe heten die dingen en alles netjes
naar de locale maatstaf. Het is een ruim huis waar het
een komen en gaan is van allerlei vrienden en
familieleden. Niemand neemt ooit een sleutel mee, want
er is altijd iemand thuis. De familie Espitia
Ballestas is zo populair dat ze al van zo´n 30
kinderen tot peetouders zijn gebombardeerd. De vaste
bewoners, het duurt even voor je weet wie het zijn,
zijn de vader (die kleding verkoopt), de moeder, de
zoon Donel (die werkt voor een wasserij, vuile kleren
halen, schone terugbrengen) en de dochters Milena
(studeert psychologie) en Margarita (middelbare
school). Behalve Monica is er nog een dochter die
woont in Popayan en er is nog een klein meisje dat
zoonlief ooit eens per ongeluk heeft verwekt en dat
ook wel eens over de vloer komt. Het is een gezellige
bedoening. Iedereen gaat lekker zijn gang. Alle kamers
van het huis worden voortdurend gebruikt en zoals ik
al zei, niemand heeft haast.
Toen we gisteravond boodschappen gingen doen, werd dat
wel heel duidelijk geillustreerd. We slenterden met
Nico en Monica met kind en de zusjes eerst de halve
stad door naar een supermarkt die toen net gesloten
was. Geen probleem, we slenterden gewoon verder, tot
ik me afvroeg of we nog wel boodschappen aan het doen
waren. Na wat wel een uur leek kwamen bij een
gigantische winkel, een supermarkt formaat V&D, en
natuurlijk een ideale plek om alle producten eens aan
een uitgebreid vergelijkend warenonderzoek te
onderwerpen. De zusjes verdwenen steeds en kwamen dan
tien minuten later terug met bijvoorbeeld een pakje
lucifers. Nou ja, het beeld is duidelijk, want ik moet
ook een beetje denken aan mijn RSI. Overspannen zal ik
hier zeker niet raken.
Voor wie ik het vorige mailtje niet heb gestuurd: ook
in Lima heb ik het naar mijn zin gehad. Het is geen
mooie stad, het is te vies, te druk en te groot, maar
op een of andere manier adem je met de uitlaatgassen
toch ook een sfeer in die totaal anders in dan Europa
en helemaal niet onsympathiek. Er zijn een aantal
prachtige archeologische musea, een paar mooie pleinen
in de binnenstad en er is de zee in Miraflores. Maar
er is vooral veel leven en bovendien, dit alles doet
maar weinig toe, want mijn voornaamste doel in Lima
was niet de stad zelf, maar Milly Castro, die met al
haar hartelijkheid voor mij van Lima nu even de
mooiste stad van de wereld heeft gemaakt (en voor
Casper en Janet: meer zeg ik lekker niet).
groetjes & liefs,
Rutger.
Hoi!
Inmiddels ben ik weer heelhuids teruggekeerd uit
Colombia en zit ik in een internetcafe in Huaraz een
beetje naar adem te happen. Het is hier ruim 3000
meter hoog, iets wat me niet in de koude kleren gaat
zitten, ook al zat ik in Cali al op ruim 1000 meter.
Wat me te wachten staat zijn dan ook twee rustige
dagen van acclimatiseren. Ik zit niet zo te springen
om nog meer luiheid, na mijn week Colombia, maar ik
geloof dat het zuurstofgebrek me hier wel in toom zal
houden.
Al was onder het regime van traagheid en
onduidelijkheid in Colombia moeilijk om veel
buitenshuize activiteiten te ontplooien, al met al heb
ik toch nog wel heel wat gedaan. Ik zal niet alle
details vertellen, want dan wordt het waarschijnlijk
een vrij saai verhaal, maar een paar dingen zijn de
moeite waard om eruit te lichten. We zijn twee keer
buiten de stad geweest. In Cali merk je eigenlijk
niets van de burgeroorlog. Ik denk zelfs dat Cali
veiliger is dan Lima. Maar zodra je buiten de stad
komt, beginnen de militairen in het oog te lopen. De
bevolking stelt het juist gerust als ze militairen
zien. Die beschermen je tenslotte tegen het gespuis.
Maar mij als europeaan, doet het me toch wat minder op
mijn gemak volgen. Even was de oorlog heel dichtbij,
toen we bij een politiepost aan werden gehouden (we
waren met zijn vieren op weg naar een of ander
natuurgebied). Ze controleerden onze tassen en
broekzakken en raadden ons af verder te gaan, in
verband met ongeregeldheden de vorige dag. Later
zeiden ze meer precies dat die politiepost zelf was
aangevallen. Mijn vertrouwen in dat de Colombianen
zelf weten waar het veilig is, nam daardoor wel een
af. Maar uiteindelijk hebben ze ons naar een aardig
riviertje verwezen, waar we met een gerust hart hebben
gezwommen.

De Doop van Juan David.
Vrijdagavond is Juan-David in besloten kring gedoopt,
met mij als peetvader en Milena, een zusje van Monica,
als peetmoeder. Ik heb op alle dingen die ik van de
pastoor moest beloven (toezien op de katholieke
opvoeding van het kind) maar braaf ja gezegd. Die
avond ben ik met Nico, Donel en Milena op een soort
vrijgezellenavond geweest, die we maar "noche de los
solteros" hebben gedoopt. Voor mij waren het de eerste
salsalessen in voorbereiding op de bruiloft. Het
blijkt dat je met wat gewieg en een beetje ritmegevoel
al een heel eind kan komen.

Kind, ouders, peetouders en pastoor.
Zaterdagavond was de bruiloft. In de loop van de dag
stroomde het huis vol met mensen. Het stressniveau
steeg gestaag en de bende in huis werd als maar
amechtiger. Toen het uur van de mis naderde, negen uur
's avonds, was het weer supervaag wat nou precies de
bedoeling was. Er werd maar gedraald, en "Vamos"
gezegd, zonder dat er werkelijk iets gebeurde.
Uiteindelijke oogst van dit organisatietalent was dat
de taxi met de mensen die de pastoor zouden oppikken
zo laat bij de pastoor kwam dat hij al op eigen houtje
was vertrokken, dat Monica een kwartier te laat in de
kerk verscheen en dat Margarita en Luz Estella, twee
zusjes, pas in de kerk verschenen toen de mis al aan
de gang was. Bovendien lag het verloopstekkertje van
de videocamera toen nog in een of andere achterbak. Ik
legde Margarita later uit dat je je in Nederland een
aardige woede op de hals kan halen door te laat op de
bruiloft van je zusje te verschijnen, maar in Colombia
begrijpen de mensen dat wel.

Nico en Monica voor de pastoor.
Het feest was erg leuk. Ze hadden een club afgehuurd
in een mooie wijk en met een mooie tuin met zwembad.
Er was een band en ik heb het geleerde van de vorige
avond met de hele familie in de praktijk gebracht. Het
was voor zover ze verstaanbaar Spaans konden praten
met iedereen heel makkelijk contact leggen en vooral
de zusjes van Monica zorgden ervoor dat ik me niet
liep te vervelen. Toen we om drie uur het gebouw uit
moesten zijn we thuis nog verder gegaan met feesten,
tot iedereen kriskras door het huis lag te slapen. In
Colombia kan je zoiets met een woord samenvatten. Het
was "¡Chevere!"
De laatste dag in Colombia was helemaal knus. Nico,
Donel, Milena, Margarita, Luz Estella en ik zijn toen
een heuvel gaan beklimmen aan de rand van de stad. De
top hebben we nooit gehaald, want het begon genadeloos
te regen. Halverwege stond een versnaperingenkraampje,
vier palen en een zeil, waaronder we zijn gaan
schuilen, en om de kou de baas te blijven zijn we
dicht tegen elkaar aangekropen. Toen het wat minder
werd met de regen en we begonnen aan de afdaling zijn
we uiteindelijk alsnog doornat geregend. Maar het gaat
om het sociale gebeuren. Ook dit uitstapje was
"Chevere".
Toen kwam het afscheid nemen, een zwaar vertraagde
vlucht en een halve nacht doorbrengen op het vliegveld
in Lima, een vluchtige ontmoeting met Milly om mijn
nette pak voor kampeerspullen te ruilen en een dag in
de bus naar Huaraz. Colombianen kunnen voor mij in
ieder geval niet meer stuk. Ik loop met mijn gedachte
nog altijd door het ruime huis in de Calle 9B, waar
iedereen een beetje rond loopt te sloffen en je je
afvraagt wat nou weer de bedoeling zou zijn. Als
peetvader van Juan-David wordt ik nu ook als lid van
de familie beschouwd en ben ervan overtuigd dat ze het
meenden, toen ze me met een "¡Que vuelvas!" uitgeleide
deden.
groet,
Rutger.

De familie Espitia Ballestas.
Dag Allemaal,
Eindelijk heb ik weer eens rustig de tijd om mijn
belevenissen wereldkundig te maken. Ik zie dat het
vorige verslag alweer twee weken geleden verstuurd.
Dat betekent dat ik de hele periode in de Cordillera
Blanca nog moet verslaan, twee weken van kou,
kortademigheid en zwakte vanwege de hoogte, die echter
ruimschoots werden beloond met de meest spectaculaire
vergezichten.

Huaraz. (Uitvergroting van 96 kB)
Na Cali ben ik in één ruk doorgereisd naar Huaraz,
zo´n 400 km noordelijk van Lima, in de de provincie
Ancash. Huaraz ligt in een relatief dichtbevolkte
vallei tussen de besneeuwde toppen van de Cordillera
Blanca en de droge en iets lagere Cordillera Negra. De
eerste bergketen herbergt de hoogste berg van de
Noordelijke Andes, tevens de hoogste berg die in de
tropische zone te vinden is, de Huascarán van bijna
6800 meter. Huaraz is een aangenaam stadje, lelijk
zoals dat gebruikelijk is voor alle stadjes hier, maar
desalniettemin prettig toeven. Van oorspronkelijke
coloniale charme is in deze streek weinig over. De
streek mag zich niet alleen beroemen op de meest
spectaculaire bergen, maar ook op de meest
verschrikkelijke natuurrampen. Bij tijd en wijle
plonst een lawine in een kaarmeer, breken de
oeverwanden en stort het meer zich in de vallei.
Huaraz werd zo in 1941 half weggevaagd, 5000 doden. In
1970 vielen bij een aardbeving in Ancash 70.000 doden.
Het stadje Yungay werd volledig onder de modder
bedolven, 23.000 doden. De streek probeert zich te
profileren als het Nepal van Zuid Amerika. Met recht,
de bergen zijn spectaculair en van respectabele
hoogte. Huaraz is vergeven van de touragentschappen,
kantoortjes die uitrusting verhuren, die gidsen
regelen, tochten organiseren en over van alles en nog
wat adviseren. Ze zijn daarin bijzonder hulpvaardig,
zonder dat je een onaangename concurrentiestrijd
voelt, zoals in Indonesie zo dikwijls het geval was.
Wat dacht je van een gids die geheel belangeloos de
halve stad met me afloopt op zoek naar een rubberen
ringetje voor mijn brander? Of één die helpt met het
inkopen van het voedsel, terwijl hij niet degene is
met wie je op stap gaat? Dat alles maakt dat Huaraz
een prima uitvalsbasis is voor het organiseren van
trekkings. Het is bovendien de plaats waar toeristen
elkaar ontmoeten om groepjes te vormen om mee op stap
te gaan. Daarbij tonen ze de gebruikelijke
orginaliteit. Iedereen doet namelijk ongeveer
hetzelfde. Gewone toeristen lopen de Santa Cruz-trek,
vier dagen om over een pas van 4750 meter te komen. De
wat ruigere gaan voor het Huayhuash-circuit, 12 dagen
ploeteren over een stuk of vijf passen. Daarnaast is
er volop mogelijkheid om te klimmen, maar daaraan doe
ik niet mee.

Victor, ik, Aline en Elizabeth op de Santa Cruz-tocht
In de dagen van de acclimatisatie ontmoette ik diverse
mensen waar ik de Santa Cruz-trek mee kom lopen. Omdat
ik me na Colombia nauwelijks nog toerist voel, liet ik
de mogelijk om met een Peruaans meisje uit Lima op
stap te gaan niet lopen. Bovendien is dat natuurlijk
goed voor mijn Spaans. Samen met nog een Zwitsers
meisje een ezeldrijver met ezel voor het proviand zijn
we zo vier dagen op stap geweest. De zwaarte viel
allezins tegen. Wat de hoogte met een mens doet is
niet gering. Echte ziekteverschijnselen had ik niet,
hooguit een beetje hoofdpijn, maar ik voelde me zo
ongelofelijk zwak. Tijdens de klim was het alsof ik
bij iedere stap de laatste beetjes zuurstof uit mijn
bloed moest persen, waarna ik niet meer kon en moest
blijven staan hijgen tot het zuurstofpeil weer
enigzins op niveau was. En dan de kou, vooral ´s
avonds, als het om zes uur al donker werd. We hadden
ook niet zo´n geluk met het weer. Veel regen en
wolken, niet dramatisch, maar wel jammer voor de
vergezichten. Elizabeth, de Limeña, had een
onvoldoende warme slaapzak en bracht de nachten door
met het herhalen van de woorden "¡Qué frío!". Maar het
zijn de ontberingen die je jezelf aandoet. En het is
wonderlijk hoeveel een mens kan hebben.

Lago Tullpacocha, op de tweede bergtocht.
Eenmaal terug in Huaraz kon ik niemand vinden voor een
kortere trek, maar niet de Santa Cruz. Om geen
kostbare tijd te verliezen ben ik daarom alleen met
een gids op stap geweest, een beetje duur, maar het
loont absoluut. We hebben drie dagen door een streek
getroken waar het barst van de vogels, waaronder
condors en waar we we geen mens tegenkwamen. De tweede
dag voerde via puinhellingen en sneeuwvelden over een
waanzinnige pas van 4850 meter. Het was helder en
zonnig weer en in del luwte van een rotsblok heb ik
wel een half uur ademloos naar de nevados zitten
kijken die aan de andere kant voor ons
opdoemden(nevados zijn besneeuwde bergen). Die dag
hebben we werkelijk geen mens gezien. Dat is
tegenwoordig toch een unicum en op de Sanra Cruz-trek
zul je dat niet meemaken.

Pas tussen de Quebrada's Quilcayhuanca en Cojup. (Uitvergroting van 242 kB)
Zaterdag, als tol voor mijn escapades was ik
snipverkouden, kon ik voldaan weer op de bus naar Lima
stappen. Mijn portie bergen heb ik gehad voor dit
jaar. En al zijn ze hier prachtig, ik denk dat ik
volgende keer weer gewoon naar de Pyreneën ga, zonder
hoogteziekte en duisternis om zes uur, want het leven
is wel hard in de Andes.
Na een wat koele ontvangst in Lima, Milly kwam me
afhalen, maar kwam meer dan een uur te laat en koel
was het absoluut in de wachtruimte, bevond ik me
alweer snel in een totaal andere wereld. Terwijl Milly
me trakteerde op tropische vruchten en Limanees gebak,
kondigde Fujimori aan nieuwe verkiezingen te zullen
uitschrijven, waarin hij zelf niet kandidaat zou
staan. De hele stad voelde zich alsof ze bevrijd werd
van een juk dat ze al sinds mensenheugen had moeten
dragen. Iedereen buiten had het erover. De
taxichauffeur die ons naar Barranco bracht, zwaaide
vanuit zijn raampje naar alle mensen op straat en zong
luidkeels "¡Y ya cayó, y ya cayó, el dictado-or ya
cayó!" (Hij is gevallen, hij is gevallen, de dictator
is gevallen). In Barranco hebben we het er flink van
genomen. Er vloeide rijkelijk bier, Pisco Sour en Piña
Colada en tot diep in de nacht hebben we gedanst in de
Eclipse. Hoe onvoorstelbaar ver de koude nachten in de
bergen dan alweer niet zijn. Ik ben weer volop onder
de mensen.
Zondag waren we slaperig. Milly naam me mee naar een
soort dienst, waar nonnen de rozenkrans baden er waar
de kennis van de symbolen van de Mariaverering onder
de aanwezigen werd getest in een soort quiz. Het was
zonnig, een unicum in deze grauwe stad. ´s Middags
namen we de bus naar La Punta, een landtong met mooie
koloniale huizen, nauwelijks verkeer en een
romantische boulevard, om op een bankje te zitten
dommelen in de zon. Een verbazingwekkende oase van
rust in de stad, met de kabbelende zee, de slenterende
mensen. Lima mag te groot, te vies en te druk zijn,
maar het is een feit dat de mensen er weten te leven,
en dat de stad daardoor leeft. Maar waarschijnlijk
moet je er toch je Milly hebben om het ten volle te
kunnen waarderen.
groeten,
Rutger.

Milly en ik op La Punta, achter de mariscos.
Beste vrienden,
Weken zonder nieuws zijn verstreken. Ik ben alweer
ruimschoots terug in Nederland, heb zelfs alweer een
week gewerkt, maar ik ben nog voldoende vol van de reis
om ook over de laatste weken nog wat te berichten.
Uitermate volle weken, die me de tijd en de rust niet
meer boden om me in een internetcafe terug te trekken.
Na de romantische zondagmiddag op La Punta moest Milly
nog een dag werken voordat we eindelijk eens de volle tijd
aan elkaar konden besteden. Maar dinsdagmiddag was het
zo ver. Milly's vader bracht ons naar het busstation
van Molina voor de lange reis naar Abancay.
Via haar netwerk
van vrienden, ze is journaliste, dus haar netwerk is uitgebreid,
had Milly een hele reeks adviezen en aanbevelingen verzameld
om onze reis door het zuiden vorm te geven. Een van de aanbevelingen
was om voor Cusco de thermische baden van Cconoc aan te doen,
"in de buurt van" Abancay. Idee was dan de bus te nemen die over
Nasca naar Cusco rijdt. Hoewel de bus over de Andes een aardige
crime is, vond ik de besparing van twee vliegtickets wel de
moeite waard en ook de rest van de vakantie heb ik me verder
niet tegen haar gedetailleerde plannen verzet. Maar de bus naar
Abancay was inderdaad een crime. Bijna 20 uur over
kronkelende hobbelige wegen, geen beenruimte, rugpijn en ook
nog buikpijn na een verdachte maaltijd onderweg. In ieder
plaatsje drongen verkopers de bus in, zonder acht te slaan
op het tijdstip van de nacht. Een maal werd zelfs het raampje
van de bus van buitenaf open getrokken om ons wijn aan te bieden.
Zelfs de duisternis van de nacht bood te weinig privacy om
zelf te proberen de reis wat aangenamer te maken.
Cconoc bleek nogal ver van Abancay te liggen. Een bus zette ons
af langs de kant van de weg in een prachtige vallei. Diep onder
ons stroomde de Apurimac door het dal en wrong zich verderop tussen
de rotsen door. Cconoc was niet meer dan een bord in de wildernis
dat aangaf dat de thermische baden wellicht in de buurt waren.
Na enig rondkijken bleek achter het bord een stijl paadje in het
dal af te dalen. Na een kwartier kleuteren zagen we inderdaad een
paar huisjes langs de rivier, nog steeds diep onder ons, en nog een
kwartier later stonden we bij een aantal zwembaden en wat huisjes op
een idyllische plek. Het was een ideale plek om rustig bij te komen
van de reis, lekker te weken in het lauwe water en te genieten van
de rust en het idee dat geen toerist dit plekje zal ontdekken.
De volgende dag klommen we weer om hoog, wat Milly betreft met veel
pijn en moeite. Mocht ik nog illusies hebben over haar wandelconditie,
dan werden die hier de nek omgedraaid. Bij de weg bood een truck met
veertien ton chloor ons een lift naar Cusco aan. Het was een prachtige
tocht, langzaam voortkruipend door de bergen kon je het landschap
diep op je laten inwerken. Bovendien was het het laatste echt rustige
stukje van de reis, want met Cusco stort je je volop in het toeristische
gebeuren van Peru. Busladingen vol Nederlanders worden er losgelaten
en het stikt er van de toeristische hoogtepunten. En het waren ook de
plannen van Milly om volop de toerist uit te hangen.
Cusco is een aangename koloniale stad. In tegenstelling tot de doorsnee
is het sfeervol en mooi. Het stikt er van de restaurants en de dancings
om het leven van een toerist prettig te maken. We hebben drie dagen in
de omgeving zoet gebracht, wat veel te kort is voor dit gebied, want
behalve de mooie natuur stikt het hier van de Incatempels. Alle drie
dagen hebben we tours gedaan, dwz. je een dagje in een busje laten
rondreiden langs alles wat interessant is, met een gids die tekst en
uitleg geeft. De eerste dag bezochten we nabije omgeving, de kathedraal
en enkele tempels in de buurt. De tweede dag bracht ons met een lange
treinreis naar de beroemde Incastad Machu Picchu. De derde dag voerde
door de Heilige Vallei, met nog meer tempels en kleurrijke markten, waar
voor een prikje prachtig spul te koop is. Vooral de Machu Picchu is
indrukwekkend. De Spanjaarden hebben de plek nooit ontdekt, waardoor
hij goed bewaard is gebleven. De stad ligt op een heuveltop in een
spectulair landschap van stijle groene bergen. Als het je lukt de massa's
toeristen weg te denken, voel je zeker de magie van de plek. Ze zeggen
dat het een must is, om de Machu Picchu te zien. Ik heb me eraan gehouden.

Op de Machu Picchu.
Na Cusco zijn we naar Puno afgereisd om het Titicacameer te bezoeken. Dit
is het hoogste bevaarbare meer ter wereld, op ruim 3800 meter hoog. Hier
hebben we een tweedaagse boottocht langs de eilanden van het meer gedaan.
Vooral de drijvende eilanden zijn interessant. Deze zijn van riet gefabriceerd
en er wonen echt mensen op, in rieten hutjes met rieten bootjes, alles is van
riet. Toen we terugkeerde waren in Peru inmiddels grootschalige stakingen
uitgebroken van vervoersmaatschappijen, als protest tegen de verdubbeling
van de benzineprijzen. Maar voor ons zat de vakantie er al op, en de terugreis
naar Lima zou met een binnenlandse vlucht plaatsvinden. Afgemat van het vroege
opstaan en het late naar bed gaan kwamen we terug in Lima. Nog een avond, nacht
en ochtend hebben we samen doorgebracht in de stad. Milly heeft me nog meegesleept
naar een homeopaat in de hoop mijn lactasedeficientie en ondergewicht even
op te lossen, maar daarna was het haasten naar het vliegveld. Afscheid
en het einde van een erg geslaagde vakantie. Hier in Nederland hoop ik
iedereen weer snel terug te zien. Maar ik hoop vooral Milly in een niet al
te verre toekomst terug te zien. Waarschijnlijk volgen nog wel meer
vakantieverhalen uit dit land.
groetjes,
Rutger.

Op de drijvende eilanden in het Titicacameer.