Dag Allemaal!

Na veertien uur vliegen is Nederland in tijd en ruimte al heel ver weg, maar ik zal toch even laten weten dat ik veilig ben aangekomen. Zo´n lange reis geeft altijd een vreemde gevoel. Het is vermoeiend, maar ook heerlijk ontspannend, je hoeft tenslotte niets en hebt lekker de tijd om je in je boek te verdiepen, in het Spaans natuurlijk: La trama celeste van Bioy Casares. Het ging over het wisselen tussen paralelle werelden, als om het gevoel van ontheemdheid extra te willen benadrukken. Want ontheemd voel je je wel als je in zo´n onbekende en zo andere stad land. Maar als je daar wordt opgewacht door een stralende Milly, weet je in ieder geval dat je niet aan je lot wordt overgelaten. Ze stond tussen de massa´s taxichauffeurs en anderen die ook luidruchtig de aandacht vroegen, maar met de afgesproken zwarte broek en leren jas en ik met het blauwe vest en de groene rugzak. Het was genoeg om ons er snel uit te kunnen pikken en te ontsnappen aan de menigte. Vervolgens laat je de stad maar over je heen komen. Een taxi scheurde met ons en een vriendin van haar die was meegekomen door de straten van Lima, over brede rechte lanen met weinig uitnodigende bebouwing aan weerszijden, een onaangename lucht, slenterende mensen op straat. Vlak bij het televisiestation waar ze werkt regelt ze een hotelkamer, betaalt, geeft mij geen kans, ik heb nog geen rode sol op zak. Omdat de moeder van Milly ziek is, is het niet handig bij haar thuis te slapen. Op de hotelkamer belt ze meteen de receptie om een betere kamer te vragen, ik weet niet waarom, ik geloof dat het licht in de badkamer het niet deed. Dan spit ze de gouden gids door op zoek naar reisagentschappen in Miraflores, voor het ticket naat Colombia dat ik nog moet kopen, en schrijft ze allemaal over. Dan stelt ze een aantal eethuizen voor, typisch Peruaans, niet vegetarisch, maar die idealen laat ik maar even verwaaien in de wervelwind die nu over me heen komt. Ze controleert of ik het hotel nog wel terug kan vinden (Avenida Arequipa, cuadra catorce), legt uit wat sols waard zijn, welke munten er zijn en wat ik in de bus moet betalen. En ik maar in mijn beste Spaans (Cecilia spreekt geen Engels), gebrekkig geconcentreerd door het slaapgebrek, proberen bij de les blijven. Tegen elven nemen we afscheid bij het hotel, om elkaar de volgende dag na haar werk weer te ontmoeten. En die volgende dag is het nu. Ik ben op weg naar Miraflores met het lijstje reisagentschappen en inmiddels wel wat sols op zak. En passeerde dit Internetcafe.

groeten,
Rutger.

Goeiedag allemaal!

Na een paar dagen Lima bevind ik me inmiddels in het levensgevaarlijke Colombia. Maar je verbaast je erover hoe ontspannen het leven kan zijn in levensgevaarlijke landen. Zelfs voor presidenten van de Verenigde Staten is het tegenwoordig een populaire bestemming! Goed, het nieuws in de kranten liegt er niet om en de mensen vertellen je sombertjes over de corruptie, de werkeloosheid en het geweld van guerilla´s. Maar wat je ziet is een heel andere kant van het land. Een bedrijvige stad waar je gerust kunt rondslenteren, waar de mensen vriendelijk zijn of je gewoon met rust laten en waar het leven een ander tempo heeft dan ik gewend ben.

Dat de mensen hierniet malen om de tijd, was bij mijn aankomst alvast een voordeel. Het vliegtuig had tweeeneenhalf uur vertraging, maar wat maakt het uit? ze wachten gewoon. Met Nico in de taxi naar Cali kon ik met gerust hart vaststellen deat het verkeer althans een kleiner risico is in Cali dan in Lima. Bij de familie van Monica werd ik hartelijk ontvangen. Ze wonen op een etagewoning in een rustige straat, met bomen, yuca´s of hoe heten die dingen en alles netjes naar de locale maatstaf. Het is een ruim huis waar het een komen en gaan is van allerlei vrienden en familieleden. Niemand neemt ooit een sleutel mee, want er is altijd iemand thuis. De familie Espitia Ballestas is zo populair dat ze al van zo´n 30 kinderen tot peetouders zijn gebombardeerd. De vaste bewoners, het duurt even voor je weet wie het zijn, zijn de vader (die kleding verkoopt), de moeder, de zoon Donel (die werkt voor een wasserij, vuile kleren halen, schone terugbrengen) en de dochters Milena (studeert psychologie) en Margarita (middelbare school). Behalve Monica is er nog een dochter die woont in Popayan en er is nog een klein meisje dat zoonlief ooit eens per ongeluk heeft verwekt en dat ook wel eens over de vloer komt. Het is een gezellige bedoening. Iedereen gaat lekker zijn gang. Alle kamers van het huis worden voortdurend gebruikt en zoals ik al zei, niemand heeft haast.

Toen we gisteravond boodschappen gingen doen, werd dat wel heel duidelijk geillustreerd. We slenterden met Nico en Monica met kind en de zusjes eerst de halve stad door naar een supermarkt die toen net gesloten was. Geen probleem, we slenterden gewoon verder, tot ik me afvroeg of we nog wel boodschappen aan het doen waren. Na wat wel een uur leek kwamen bij een gigantische winkel, een supermarkt formaat V&D, en natuurlijk een ideale plek om alle producten eens aan een uitgebreid vergelijkend warenonderzoek te onderwerpen. De zusjes verdwenen steeds en kwamen dan tien minuten later terug met bijvoorbeeld een pakje lucifers. Nou ja, het beeld is duidelijk, want ik moet ook een beetje denken aan mijn RSI. Overspannen zal ik hier zeker niet raken.

Voor wie ik het vorige mailtje niet heb gestuurd: ook in Lima heb ik het naar mijn zin gehad. Het is geen mooie stad, het is te vies, te druk en te groot, maar op een of andere manier adem je met de uitlaatgassen toch ook een sfeer in die totaal anders in dan Europa en helemaal niet onsympathiek. Er zijn een aantal prachtige archeologische musea, een paar mooie pleinen in de binnenstad en er is de zee in Miraflores. Maar er is vooral veel leven en bovendien, dit alles doet maar weinig toe, want mijn voornaamste doel in Lima was niet de stad zelf, maar Milly Castro, die met al haar hartelijkheid voor mij van Lima nu even de mooiste stad van de wereld heeft gemaakt (en voor Casper en Janet: meer zeg ik lekker niet).

groetjes & liefs,
Rutger.

Hoi!

Inmiddels ben ik weer heelhuids teruggekeerd uit Colombia en zit ik in een internetcafe in Huaraz een beetje naar adem te happen. Het is hier ruim 3000 meter hoog, iets wat me niet in de koude kleren gaat zitten, ook al zat ik in Cali al op ruim 1000 meter. Wat me te wachten staat zijn dan ook twee rustige dagen van acclimatiseren. Ik zit niet zo te springen om nog meer luiheid, na mijn week Colombia, maar ik geloof dat het zuurstofgebrek me hier wel in toom zal houden.

Al was onder het regime van traagheid en onduidelijkheid in Colombia moeilijk om veel buitenshuize activiteiten te ontplooien, al met al heb ik toch nog wel heel wat gedaan. Ik zal niet alle details vertellen, want dan wordt het waarschijnlijk een vrij saai verhaal, maar een paar dingen zijn de moeite waard om eruit te lichten. We zijn twee keer buiten de stad geweest. In Cali merk je eigenlijk niets van de burgeroorlog. Ik denk zelfs dat Cali veiliger is dan Lima. Maar zodra je buiten de stad komt, beginnen de militairen in het oog te lopen. De bevolking stelt het juist gerust als ze militairen zien. Die beschermen je tenslotte tegen het gespuis. Maar mij als europeaan, doet het me toch wat minder op mijn gemak volgen. Even was de oorlog heel dichtbij, toen we bij een politiepost aan werden gehouden (we waren met zijn vieren op weg naar een of ander natuurgebied). Ze controleerden onze tassen en broekzakken en raadden ons af verder te gaan, in verband met ongeregeldheden de vorige dag. Later zeiden ze meer precies dat die politiepost zelf was aangevallen. Mijn vertrouwen in dat de Colombianen zelf weten waar het veilig is, nam daardoor wel een af. Maar uiteindelijk hebben ze ons naar een aardig riviertje verwezen, waar we met een gerust hart hebben gezwommen.


De Doop van Juan David.

Vrijdagavond is Juan-David in besloten kring gedoopt, met mij als peetvader en Milena, een zusje van Monica, als peetmoeder. Ik heb op alle dingen die ik van de pastoor moest beloven (toezien op de katholieke opvoeding van het kind) maar braaf ja gezegd. Die avond ben ik met Nico, Donel en Milena op een soort vrijgezellenavond geweest, die we maar "noche de los solteros" hebben gedoopt. Voor mij waren het de eerste salsalessen in voorbereiding op de bruiloft. Het blijkt dat je met wat gewieg en een beetje ritmegevoel al een heel eind kan komen.


Kind, ouders, peetouders en pastoor.

Zaterdagavond was de bruiloft. In de loop van de dag stroomde het huis vol met mensen. Het stressniveau steeg gestaag en de bende in huis werd als maar amechtiger. Toen het uur van de mis naderde, negen uur 's avonds, was het weer supervaag wat nou precies de bedoeling was. Er werd maar gedraald, en "Vamos" gezegd, zonder dat er werkelijk iets gebeurde. Uiteindelijke oogst van dit organisatietalent was dat de taxi met de mensen die de pastoor zouden oppikken zo laat bij de pastoor kwam dat hij al op eigen houtje was vertrokken, dat Monica een kwartier te laat in de kerk verscheen en dat Margarita en Luz Estella, twee zusjes, pas in de kerk verschenen toen de mis al aan de gang was. Bovendien lag het verloopstekkertje van de videocamera toen nog in een of andere achterbak. Ik legde Margarita later uit dat je je in Nederland een aardige woede op de hals kan halen door te laat op de bruiloft van je zusje te verschijnen, maar in Colombia begrijpen de mensen dat wel.


Nico en Monica voor de pastoor.

Het feest was erg leuk. Ze hadden een club afgehuurd in een mooie wijk en met een mooie tuin met zwembad. Er was een band en ik heb het geleerde van de vorige avond met de hele familie in de praktijk gebracht. Het was voor zover ze verstaanbaar Spaans konden praten met iedereen heel makkelijk contact leggen en vooral de zusjes van Monica zorgden ervoor dat ik me niet liep te vervelen. Toen we om drie uur het gebouw uit moesten zijn we thuis nog verder gegaan met feesten, tot iedereen kriskras door het huis lag te slapen. In Colombia kan je zoiets met een woord samenvatten. Het was "¡Chevere!"

De laatste dag in Colombia was helemaal knus. Nico, Donel, Milena, Margarita, Luz Estella en ik zijn toen een heuvel gaan beklimmen aan de rand van de stad. De top hebben we nooit gehaald, want het begon genadeloos te regen. Halverwege stond een versnaperingenkraampje, vier palen en een zeil, waaronder we zijn gaan schuilen, en om de kou de baas te blijven zijn we dicht tegen elkaar aangekropen. Toen het wat minder werd met de regen en we begonnen aan de afdaling zijn we uiteindelijk alsnog doornat geregend. Maar het gaat om het sociale gebeuren. Ook dit uitstapje was "Chevere".

Toen kwam het afscheid nemen, een zwaar vertraagde vlucht en een halve nacht doorbrengen op het vliegveld in Lima, een vluchtige ontmoeting met Milly om mijn nette pak voor kampeerspullen te ruilen en een dag in de bus naar Huaraz. Colombianen kunnen voor mij in ieder geval niet meer stuk. Ik loop met mijn gedachte nog altijd door het ruime huis in de Calle 9B, waar iedereen een beetje rond loopt te sloffen en je je afvraagt wat nou weer de bedoeling zou zijn. Als peetvader van Juan-David wordt ik nu ook als lid van de familie beschouwd en ben ervan overtuigd dat ze het meenden, toen ze me met een "¡Que vuelvas!" uitgeleide deden.

groet,
Rutger.


De familie Espitia Ballestas.

Dag Allemaal,

Eindelijk heb ik weer eens rustig de tijd om mijn belevenissen wereldkundig te maken. Ik zie dat het vorige verslag alweer twee weken geleden verstuurd. Dat betekent dat ik de hele periode in de Cordillera Blanca nog moet verslaan, twee weken van kou, kortademigheid en zwakte vanwege de hoogte, die echter ruimschoots werden beloond met de meest spectaculaire vergezichten.


Huaraz. (Uitvergroting van 96 kB)

Na Cali ben ik in één ruk doorgereisd naar Huaraz, zo´n 400 km noordelijk van Lima, in de de provincie Ancash. Huaraz ligt in een relatief dichtbevolkte vallei tussen de besneeuwde toppen van de Cordillera Blanca en de droge en iets lagere Cordillera Negra. De eerste bergketen herbergt de hoogste berg van de Noordelijke Andes, tevens de hoogste berg die in de tropische zone te vinden is, de Huascarán van bijna 6800 meter. Huaraz is een aangenaam stadje, lelijk zoals dat gebruikelijk is voor alle stadjes hier, maar desalniettemin prettig toeven. Van oorspronkelijke coloniale charme is in deze streek weinig over. De streek mag zich niet alleen beroemen op de meest spectaculaire bergen, maar ook op de meest verschrikkelijke natuurrampen. Bij tijd en wijle plonst een lawine in een kaarmeer, breken de oeverwanden en stort het meer zich in de vallei. Huaraz werd zo in 1941 half weggevaagd, 5000 doden. In 1970 vielen bij een aardbeving in Ancash 70.000 doden. Het stadje Yungay werd volledig onder de modder bedolven, 23.000 doden. De streek probeert zich te profileren als het Nepal van Zuid Amerika. Met recht, de bergen zijn spectaculair en van respectabele hoogte. Huaraz is vergeven van de touragentschappen, kantoortjes die uitrusting verhuren, die gidsen regelen, tochten organiseren en over van alles en nog wat adviseren. Ze zijn daarin bijzonder hulpvaardig, zonder dat je een onaangename concurrentiestrijd voelt, zoals in Indonesie zo dikwijls het geval was. Wat dacht je van een gids die geheel belangeloos de halve stad met me afloopt op zoek naar een rubberen ringetje voor mijn brander? Of één die helpt met het inkopen van het voedsel, terwijl hij niet degene is met wie je op stap gaat? Dat alles maakt dat Huaraz een prima uitvalsbasis is voor het organiseren van trekkings. Het is bovendien de plaats waar toeristen elkaar ontmoeten om groepjes te vormen om mee op stap te gaan. Daarbij tonen ze de gebruikelijke orginaliteit. Iedereen doet namelijk ongeveer hetzelfde. Gewone toeristen lopen de Santa Cruz-trek, vier dagen om over een pas van 4750 meter te komen. De wat ruigere gaan voor het Huayhuash-circuit, 12 dagen ploeteren over een stuk of vijf passen. Daarnaast is er volop mogelijkheid om te klimmen, maar daaraan doe ik niet mee.


Victor, ik, Aline en Elizabeth op de Santa Cruz-tocht

In de dagen van de acclimatisatie ontmoette ik diverse mensen waar ik de Santa Cruz-trek mee kom lopen. Omdat ik me na Colombia nauwelijks nog toerist voel, liet ik de mogelijk om met een Peruaans meisje uit Lima op stap te gaan niet lopen. Bovendien is dat natuurlijk goed voor mijn Spaans. Samen met nog een Zwitsers meisje een ezeldrijver met ezel voor het proviand zijn we zo vier dagen op stap geweest. De zwaarte viel allezins tegen. Wat de hoogte met een mens doet is niet gering. Echte ziekteverschijnselen had ik niet, hooguit een beetje hoofdpijn, maar ik voelde me zo ongelofelijk zwak. Tijdens de klim was het alsof ik bij iedere stap de laatste beetjes zuurstof uit mijn bloed moest persen, waarna ik niet meer kon en moest blijven staan hijgen tot het zuurstofpeil weer enigzins op niveau was. En dan de kou, vooral ´s avonds, als het om zes uur al donker werd. We hadden ook niet zo´n geluk met het weer. Veel regen en wolken, niet dramatisch, maar wel jammer voor de vergezichten. Elizabeth, de Limeña, had een onvoldoende warme slaapzak en bracht de nachten door met het herhalen van de woorden "¡Qué frío!". Maar het zijn de ontberingen die je jezelf aandoet. En het is wonderlijk hoeveel een mens kan hebben.


Lago Tullpacocha, op de tweede bergtocht.

Eenmaal terug in Huaraz kon ik niemand vinden voor een kortere trek, maar niet de Santa Cruz. Om geen kostbare tijd te verliezen ben ik daarom alleen met een gids op stap geweest, een beetje duur, maar het loont absoluut. We hebben drie dagen door een streek getroken waar het barst van de vogels, waaronder condors en waar we we geen mens tegenkwamen. De tweede dag voerde via puinhellingen en sneeuwvelden over een waanzinnige pas van 4850 meter. Het was helder en zonnig weer en in del luwte van een rotsblok heb ik wel een half uur ademloos naar de nevados zitten kijken die aan de andere kant voor ons opdoemden(nevados zijn besneeuwde bergen). Die dag hebben we werkelijk geen mens gezien. Dat is tegenwoordig toch een unicum en op de Sanra Cruz-trek zul je dat niet meemaken.


Pas tussen de Quebrada's Quilcayhuanca en Cojup. (Uitvergroting van 242 kB)

Zaterdag, als tol voor mijn escapades was ik snipverkouden, kon ik voldaan weer op de bus naar Lima stappen. Mijn portie bergen heb ik gehad voor dit jaar. En al zijn ze hier prachtig, ik denk dat ik volgende keer weer gewoon naar de Pyreneën ga, zonder hoogteziekte en duisternis om zes uur, want het leven is wel hard in de Andes.

Na een wat koele ontvangst in Lima, Milly kwam me afhalen, maar kwam meer dan een uur te laat en koel was het absoluut in de wachtruimte, bevond ik me alweer snel in een totaal andere wereld. Terwijl Milly me trakteerde op tropische vruchten en Limanees gebak, kondigde Fujimori aan nieuwe verkiezingen te zullen uitschrijven, waarin hij zelf niet kandidaat zou staan. De hele stad voelde zich alsof ze bevrijd werd van een juk dat ze al sinds mensenheugen had moeten dragen. Iedereen buiten had het erover. De taxichauffeur die ons naar Barranco bracht, zwaaide vanuit zijn raampje naar alle mensen op straat en zong luidkeels "¡Y ya cayó, y ya cayó, el dictado-or ya cayó!" (Hij is gevallen, hij is gevallen, de dictator is gevallen). In Barranco hebben we het er flink van genomen. Er vloeide rijkelijk bier, Pisco Sour en Piña Colada en tot diep in de nacht hebben we gedanst in de Eclipse. Hoe onvoorstelbaar ver de koude nachten in de bergen dan alweer niet zijn. Ik ben weer volop onder de mensen.

Zondag waren we slaperig. Milly naam me mee naar een soort dienst, waar nonnen de rozenkrans baden er waar de kennis van de symbolen van de Mariaverering onder de aanwezigen werd getest in een soort quiz. Het was zonnig, een unicum in deze grauwe stad. ´s Middags namen we de bus naar La Punta, een landtong met mooie koloniale huizen, nauwelijks verkeer en een romantische boulevard, om op een bankje te zitten dommelen in de zon. Een verbazingwekkende oase van rust in de stad, met de kabbelende zee, de slenterende mensen. Lima mag te groot, te vies en te druk zijn, maar het is een feit dat de mensen er weten te leven, en dat de stad daardoor leeft. Maar waarschijnlijk moet je er toch je Milly hebben om het ten volle te kunnen waarderen.

groeten,
Rutger.


Milly en ik op La Punta, achter de mariscos.

Beste vrienden,

Weken zonder nieuws zijn verstreken. Ik ben alweer ruimschoots terug in Nederland, heb zelfs alweer een week gewerkt, maar ik ben nog voldoende vol van de reis om ook over de laatste weken nog wat te berichten. Uitermate volle weken, die me de tijd en de rust niet meer boden om me in een internetcafe terug te trekken. Na de romantische zondagmiddag op La Punta moest Milly nog een dag werken voordat we eindelijk eens de volle tijd aan elkaar konden besteden. Maar dinsdagmiddag was het zo ver. Milly's vader bracht ons naar het busstation van Molina voor de lange reis naar Abancay.

Via haar netwerk van vrienden, ze is journaliste, dus haar netwerk is uitgebreid, had Milly een hele reeks adviezen en aanbevelingen verzameld om onze reis door het zuiden vorm te geven. Een van de aanbevelingen was om voor Cusco de thermische baden van Cconoc aan te doen, "in de buurt van" Abancay. Idee was dan de bus te nemen die over Nasca naar Cusco rijdt. Hoewel de bus over de Andes een aardige crime is, vond ik de besparing van twee vliegtickets wel de moeite waard en ook de rest van de vakantie heb ik me verder niet tegen haar gedetailleerde plannen verzet. Maar de bus naar Abancay was inderdaad een crime. Bijna 20 uur over kronkelende hobbelige wegen, geen beenruimte, rugpijn en ook nog buikpijn na een verdachte maaltijd onderweg. In ieder plaatsje drongen verkopers de bus in, zonder acht te slaan op het tijdstip van de nacht. Een maal werd zelfs het raampje van de bus van buitenaf open getrokken om ons wijn aan te bieden. Zelfs de duisternis van de nacht bood te weinig privacy om zelf te proberen de reis wat aangenamer te maken.

Cconoc bleek nogal ver van Abancay te liggen. Een bus zette ons af langs de kant van de weg in een prachtige vallei. Diep onder ons stroomde de Apurimac door het dal en wrong zich verderop tussen de rotsen door. Cconoc was niet meer dan een bord in de wildernis dat aangaf dat de thermische baden wellicht in de buurt waren. Na enig rondkijken bleek achter het bord een stijl paadje in het dal af te dalen. Na een kwartier kleuteren zagen we inderdaad een paar huisjes langs de rivier, nog steeds diep onder ons, en nog een kwartier later stonden we bij een aantal zwembaden en wat huisjes op een idyllische plek. Het was een ideale plek om rustig bij te komen van de reis, lekker te weken in het lauwe water en te genieten van de rust en het idee dat geen toerist dit plekje zal ontdekken.

De volgende dag klommen we weer om hoog, wat Milly betreft met veel pijn en moeite. Mocht ik nog illusies hebben over haar wandelconditie, dan werden die hier de nek omgedraaid. Bij de weg bood een truck met veertien ton chloor ons een lift naar Cusco aan. Het was een prachtige tocht, langzaam voortkruipend door de bergen kon je het landschap diep op je laten inwerken. Bovendien was het het laatste echt rustige stukje van de reis, want met Cusco stort je je volop in het toeristische gebeuren van Peru. Busladingen vol Nederlanders worden er losgelaten en het stikt er van de toeristische hoogtepunten. En het waren ook de plannen van Milly om volop de toerist uit te hangen.

Cusco is een aangename koloniale stad. In tegenstelling tot de doorsnee is het sfeervol en mooi. Het stikt er van de restaurants en de dancings om het leven van een toerist prettig te maken. We hebben drie dagen in de omgeving zoet gebracht, wat veel te kort is voor dit gebied, want behalve de mooie natuur stikt het hier van de Incatempels. Alle drie dagen hebben we tours gedaan, dwz. je een dagje in een busje laten rondreiden langs alles wat interessant is, met een gids die tekst en uitleg geeft. De eerste dag bezochten we nabije omgeving, de kathedraal en enkele tempels in de buurt. De tweede dag bracht ons met een lange treinreis naar de beroemde Incastad Machu Picchu. De derde dag voerde door de Heilige Vallei, met nog meer tempels en kleurrijke markten, waar voor een prikje prachtig spul te koop is. Vooral de Machu Picchu is indrukwekkend. De Spanjaarden hebben de plek nooit ontdekt, waardoor hij goed bewaard is gebleven. De stad ligt op een heuveltop in een spectulair landschap van stijle groene bergen. Als het je lukt de massa's toeristen weg te denken, voel je zeker de magie van de plek. Ze zeggen dat het een must is, om de Machu Picchu te zien. Ik heb me eraan gehouden.


Op de Machu Picchu.

Na Cusco zijn we naar Puno afgereisd om het Titicacameer te bezoeken. Dit is het hoogste bevaarbare meer ter wereld, op ruim 3800 meter hoog. Hier hebben we een tweedaagse boottocht langs de eilanden van het meer gedaan. Vooral de drijvende eilanden zijn interessant. Deze zijn van riet gefabriceerd en er wonen echt mensen op, in rieten hutjes met rieten bootjes, alles is van riet. Toen we terugkeerde waren in Peru inmiddels grootschalige stakingen uitgebroken van vervoersmaatschappijen, als protest tegen de verdubbeling van de benzineprijzen. Maar voor ons zat de vakantie er al op, en de terugreis naar Lima zou met een binnenlandse vlucht plaatsvinden. Afgemat van het vroege opstaan en het late naar bed gaan kwamen we terug in Lima. Nog een avond, nacht en ochtend hebben we samen doorgebracht in de stad. Milly heeft me nog meegesleept naar een homeopaat in de hoop mijn lactasedeficientie en ondergewicht even op te lossen, maar daarna was het haasten naar het vliegveld. Afscheid en het einde van een erg geslaagde vakantie. Hier in Nederland hoop ik iedereen weer snel terug te zien. Maar ik hoop vooral Milly in een niet al te verre toekomst terug te zien. Waarschijnlijk volgen nog wel meer vakantieverhalen uit dit land.

groetjes,
Rutger.


Op de drijvende eilanden in het Titicacameer.